Achtergrond

GreenCalc is in opdracht van de Rijksgebouwendienst ontwikkeld door de Stichting Sureac (met DGMR, het NIBE en NUON), aanvankelijk voor de beoordeling van utiliteitsgebouwen GreenCalc+, de opvolger, is geschikt voor kantoren, scholen en woningen. GreenCalc+ (GC+) is een rekenprogramma waarmee de milieukosten kunnen worden berekend van het materiaal-, energie- en watergebruik van een gebouw, evenals van de mobiliteit van de gebouwgebruikers. Doordat met milieukosten wordt gewerkt, kunnen alle uitkomsten (in euro’s) bij elkaar worden opgeteld voor het eindresultaat. Als door de gebruiker een referentiegebouw of ‘milieubudget’ is ingevoerd, rekent GreenCalc+ de uitkomsten om in een ‘milieu-index’ die aangeeft hoe het gebouw scoort ten opzichte van de referentie. De Rijksgebouwendienst heeft van veel gebouwen de milieu-index laten bepalen.

Inhoud

GreenCalc+, neemt ook andere aspecten dan alleen energieverbruik in aanmerking. Zo wordt er ook gekeken naar materiaaltoepassing, watergebruik en mobiliteit. Op basis van een levenscyclusanalyse (LCA) wordt een uitspraak gedaan over de milieubelasting van een gebouw in zowel bouwfase als gebruiksfase. Om de effecten van gebruikte materialen te bepalen, wordt in Greencalc+ gewerkt met verborgen milieukosten om deze effecten te wegen. Milieukosten zijn maatschappelijke kosten voor de bestrijding en het voorkomen van milieuschade. Voor de energiemodule kan een keuze gemaakt worden uit twee NEN-normen voor de energieprestatie. De watermodule is gebaseerd op de waterprestatienorm, die echter in Nederland nooit is ingevoerd. De mobiliteitsmodule gaat in op de bereikbaarheid van de locatie met openbaarvervoer of auto. Voor een grove bepaling van de milieuprestatie kan de gebruiker een globale ontwerpvorm invoeren en waarden van standaardgebouwen toepassen. Voor een nauwkeuriger berekening voert de gebruiker van een gebouw de componenten in, waarbij gebruik kan worden gemaakt van een catalogus van producten. Men kan zelf eigen combinaties van materialen in een component maken. Bij energie en water kunnen de betreffende oplossingen en installaties uit menu’s worden geselecteerd, waarna het programma het water- en energiegebruik berekent. Ook de milieukosten van mobiliteit kunnen worden bepaald door selectie uit een keuzemenu. GC+ vergelijkt de berekende verborgen milieukosten van het gebouw met die van een referentiegebouw dat naar maatstaven van het jaar 1990 is gebouwd. Daarmee worden milieu-indices berekend voor de afzonderlijke modulen en voor het totaal. Aan de milieu-index wordt recentelijk een G- tot A-label gehangen, net als bij de EPBD.

Bereik

GreenCalc werd aanvankelijk vooral gebruikt door overheden maar is de laatste jaren vooral door de markt opgepakt. GC+ wordt gebruikt in het onderwijs aan onder andere de TU Delft. Er zijn inmiddels meer dan 400 gebouwen met GC+ doorgerekend (situatie eind 2009).

In juni 2011 is er een samenwerkingsovereenkomst gesloten tussen Stichting Sureac (beheerder Greecalc+) en de Dutch Green Building Council (beheerder Breeam-NL), met als doel om beide methoden te integreren. Hiermee is de intentie om te komen tot één gemeenschappelijke taal voor het beoordelen van duurzame gebouwen en gebieden in Nederland een flinke stap dichterbij gekomen. Greencalc kan binnen de Breeam methode gebruikt worden om de mileubelasting van het materiaalgebruik te berekenen (credit Mat 1).